Een andere kijk op verslaving
Lange tijd was dit een woord waar ik met een grote boog omheen liep.
Alleen al het horen ervan gaf me een knoop in mijn maag.
Verslaving.
Dat was iets waar ik mezelf niet mee wilde associëren.
Sterker nog: ik wilde er niets mee te maken hebben.
In mijn hoofd hoorde verslaving bij een heel specifiek beeld.
Mensen die alles kwijt zijn.
Hun baan. Hun gezin. Hun waardigheid.
Mensen die uiteindelijk eenzaam hun dagen slijten op straat.
Dat beeld paste totaal niet bij mijn leven.
Ik had een leuke baan.
Een fijn huis.
Een liefdevolle relatie.
Een rijk sociaal leven.
Mijn leven zag er van buiten goed uit.
Niet als het leven van iemand met een verslaving.
Dus hoezo zou ik verslaafd zijn?
En toch hoor je me tegenwoordig het woord verslaving wél gebruiken.
Wat is daar veranderd?
En waarom voelt dat woord nu zo anders?
Het beeld dat mij gevangen hield
De overtuigingen die ik had over verslaving hebben me jarenlang gevangen gehouden.
Ze maakten het onmogelijk om eerlijk naar mijn eigen situatie te kijken.
Zoals dat met overtuigingen vaak gaat: ze voelden als waarheid, maar bleken achteraf vooral niet helpend. En niet eens correct.
Ik geloofde lange tijd dat verslaving iets was voor andere mensen.
Voor mensen die hun baan verloren. Hun gezin. Hun leven.
Dat was ik niet.
Van buiten had ik alles op orde.
Mijn leven oogde normaal. Succesvol zelfs.
Niet als het leven van een “verslaafd persoon”.
Daar kwam nog iets bij.
Mijn moeder was verslaafd aan alcohol.
Daar hebben mijn zussen en ik enorm onder geleden.
Ik had mezelf beloofd: dit gaat mij nooit gebeuren.
Op de momenten dat ik echt eerlijk durfde te zijn naar mezelf, wist ik het:
Mijn alcoholgebruik was niet oké.
Een andere definitie, een andere waarheid
Een belangrijk keerpunt ontstond toen ik in aanraking kwam met het werk van Gabor Maté.
Een Hongaars-Canadese arts die veel schrijft over trauma, stress en verslaving.
In zijn boek Hongerige geesten beschrijft hij verslaving op een manier die voor mij alles veranderde.
Hij definieert verslaving als:
Elke vorm van herhaald gedrag waarbij iemand zich gedwongen voelt om ermee
door te gaan, ondanks de negatieve gevolgen voor het eigen leven
of dat van anderen.
Die definitie haalde verslaving weg bij falen.
Bij zwakte.
Bij een gebrek aan wilskracht.
En ineens werd pijnlijk duidelijk:
in het licht van deze definitie was ik absoluut verslaafd.
Niet omdat ik moreel tekortschot.
Maar omdat ik niet meer vrij was in mijn keuzes.
Ik dronk ondanks de negatieve gevolgen.
En het lukte me niet om te stoppen.
Verslaving is geen karakterfout
Wat deze definitie mij gaf, was ruimte.
Ruimte om zonder oordeel te kijken.
Verslaving gaat niet over hoeveel je drinkt. Of hoe vaak.
Het gaat over de vraag: heb jij nog keuzevrijheid?
Je raakt ergens aan verslaafd omdat je bent gaan geloven dat het je iets oplevert.
Ontspanning.
Verdoving.
Rust in je hoofd.
Als je niet zou geloven dat het je iets brengt, zou je het niet doen.
Maar alcohol verandert je brein.
De korte dopaminepiek wil je herhalen.
Het nare gevoel daarna wil je vermijden.
En zo ontstaat die eindeloze cirkel.
Dit is geen zwakte.
Dit is biologie.
Je raakt verslaafd aan alcohol omdat alcohol een verslavende stof is.
Passie of verslaving?
Het woord verslaving wordt tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt.
“Ik ben zó verslaafd aan chocolade.”
“Ik ben gewoon verslaafd aan schoenen.”
Maar er is een wezenlijk verschil tussen een passie en een verslaving.
De vraag die hierbij voor mij alles veranderde was deze:
wie heeft de touwtjes eigenlijk in handen?
Heb ik de regie,
of word ik gestuurd door mijn gedrag?
Een passie geeft energie.
Ze verrijkt je leven.
Een verslaving doet het tegenovergestelde.
Ze zuigt energie.
En wordt steeds meer op zichzelf gericht.
Gabor Maté verwoordt het als volgt:
‘een verslaving lijkt op een passie in haar urgentie en in de behoefte
die ze kan vervullen, maar haar geschenken zijn een illusie’.
Die zin moest ik meerdere keren lezen voordat hij echt landde.
Veel mensen zeggen een passie voor wijn te hebben.
Wijncursussen. Proeverijen. Wijnreizen.
Heel eerlijk: dat deed ik ook.
Maar voor mij was wijn allang geen passie meer.
Het was een obsessie.
Een proeverij overslaan om een stadje te bezoeken?
Onmogelijk.
Wijn uitspugen omdat er nog meer volgde?
Geen denken aan.
Ik dronk ondanks de overduidelijke negatieve gevolgen.
En dat is geen passie.
Dat is verslaving.
Het grijze gebied
Wat veel mensen niet weten: verslaving is geen officiële medische diagnose.
In de medische wereld spreken we over een stoornis in het gebruik van alcohol.
Deze diagnose is opgenomen in de DSM-5, het handboek dat artsen en therapeuten wereldwijd gebruiken om psychische aandoeningen te classificeren.
Die stoornis kent gradaties.
Mild.
Matig.
Ernstig.
Alcoholgebruik is geen zwart-wit verhaal.
Het is een continuum.
Van af en toe een slok champagne
tot alles kwijtraken.
Iedereen die alcohol drinkt bevindt zich ergens op dat spectrum.
In zijn eigen tint grijs.
En alcohol heeft de neiging je langzaam, bijna ongemerkt,
naar rechts te duwen.
Wat erkenning mij bracht
Door weg te lopen voor het label verslaving hield ik mezelf gevangen.
Door het los te laten, ontstond ruimte.
Verslaving betekent niet dat je kapot bent.
Niet dat je zwak bent.
Niet dat je voor altijd vastzit.
Het betekent dat je hersenen doen wat ze moeten doen.
En dat je iets hebt aangeleerd om jezelf te beschermen.
En alles wat je hebt aangeleerd, kun je ook weer afleren.
Erkenning is geen eindpunt.
Op dat punt begint het.
Ben jij toe aan die volgende stap?
Misschien herken je jezelf in dit verhaal.
Misschien schuurt het.
Misschien voel je ergens diep vanbinnen: zo wil ik niet langer doorgaan.
Voor die volgende stap heb je geen diagnose nodig.
Alleen eerlijkheid naar jezelf.
Als jij klaar bent met alcohol en klaar voor de volgende stap check dan of het groepsprogramma Klaar met Alcohol! iets voor je is.
Meld je aan voor de gratis online masterclass: Je hoeft jezelf geen alcoholist te noemen om iets te mogen veranderen aan je relatie met alcohol.
Luister naar mijn podcast: Blij Alcohol Vrij
Je staat er niet alleen voor 🧡